Monumentenaftrek

Uitgaven voor monumentenpanden worden aangemerkt als persoonsgebonden aftrekpost. De regeling geldt zowel voor de eigen woning als voor onroerende zaken die in de rendementsgrondslag van box 3 worden betrokken.

Als uitgaven met betrekking tot een monumentenpand worden 80% van de drukkende onderhoudskosten in aanmerking genomen. Onder monumentenpand wordt verstaan een pand dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister, bedoeld in de Erfgoedwet. Als onderhoudskosten van een monumentenpand worden aangemerkt: de kosten van werkzaamheden daaraan voor zover die ertoe hebben gestrekt het pand zoals dat bij aanvang van de werkzaamheden bestond, in bruikbare staat te herstellen of te houden en in redelijkheid zijn gemaakt.

De in het kader van de monumentenaftrek van belang zijnde besluiten, jurisprudentie en artikelen treft u hieronder aan:

Strijd met Europees recht

Eind 2014 heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan over de vraag of de regeling omtrent de aftrek van uitgaven voor monumentenpanden in strijd is met het Europese recht. De casus die bij het Hof van Justitie voorlag zag op de volgende situatie.

Belanghebbende, Nederlander en werkzaam in Nederland, woont in een Belgisch kasteel. Het kasteel is in België bij koninklijk besluit aangewezen als beschermd monument. Belanghebbende heeft geopteerd voor de behandeling als binnenlandse belastingplicht en brengt de onderhoudskosten voor het kasteel in aftrek als uitgaven voor monumentenpanden. De inspecteur heeft de aftrek niet toegestaan.

Het Hof overweegt allereest dat het doel van de regeling de bescherming van het nationaal cultuurhistorisch erfgoed is.  Het Hof van Justitie oordeelt derhalve dat het toestaan van de monumentenaftrek voor eigenaren van in Nederland gelegen monumenten niet in strijd is met Europees recht, mits deze mogelijkheid ook openstaat voor eigenaren van monumenten die op het grondgebied van een andere staat zijn gelegen en verband houden met het cultuurhistorisch erfgoed van Nederland.

Wat als element van het Nederlands cultuurhistorisch erfgoed moet worden verstaan, is door de Staatssecretaris van Financiën bepaald in het besluit d.d. 8 september 2015.

Overigens heeft de Hoge Raad nadien beslist dat het in het België gelegen kasteel geen element van het Nederlands cultuurhistorisch erfgoed vormt. De uitgaven kunnen derhalve niet als persoonsgebonden aftrekpost in mindering worden gebracht op het belastbare inkomen.

De in dit kader van belang zijnde besluiten en jurisprudentie treft u hieronder aan:

Voorstel wetswijziging

Op 20 september 2016 is middels het wetsvoorstel ‘Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten en scholing’ voorgesteld om de aftrek van onderhoudskosten van monumentenpanden met ingang van 1 januari 2017 af te schaffen. De aftrekpost zou worden vervangen door een niet-fiscale subsidieregeling met een beperkter budget. Voor eigenaren van rijksmonumenten die reeds onomkeerbare financiële verplichtingen zijn aangegaan zou voor de jaren 2017 en 2018 een overgangsregeling gelden. Opmerkingen en reacties uit het veld waren voor minister Bussemaker reden om de behandeling van het wetsvoorstel aan te houden. Om de gebruikers niet te lang in onzekerheid te laten, heeft de minister besloten de afschaffing van de aftrek uit te stellen tot 2019.