Fiscaal recht

Met de toenemende schaarste op de arbeidsmarkt, groeit de behoefte om werknemers te binden door middel van de toekenning van aandelen, aandelenopties, economisch eigendom van aandelen, gecertificeerde aandelen, stemrechtloze aandelen, lidmaatschapsrechten in een coöperatie, stock appreciation rights (SAR), phantom stock, een bonusregeling of door het toekennen van een winstdelende lening (hierna aangeduid als ‘werknemersparticipatie’).

In dit artikel beschrijf ik waarom werknemersparticipatie in trek is (wat zijn de voordelen?) en ga ik op hoofdlijnen in op de kenmerken van gangbare methoden van werknemersparticipatie. Bij de beschrijving van de fiscale kenmerken van de gangbare methoden van werknemersparticipatie sta ik kort stil bij de visie van de Belastingdienst met betrekking tot werknemersparticipatie.

Ik neem een onderneming gedreven in de vorm van een besloten vennootschap (‘BV’) als uitgangspunt. Ook voor andere rechtsvormen zoals de coöperatieve vereniging (coöperatie) of de naamloze vennootschap (NV) en voor samenwerkingsverbanden zoals bijvoorbeeld de commanditaire vennootschap (CV) of vennootschap onder firma (VOF) is het mogelijk om werknemers te laten participeren.

Daarnaast betreft de werknemersparticipatie in dit artikel een werknemer in loondienst (een dienstbetrekking). Het is ook mogelijk om bijvoorbeeld zzp’ers te laten participeren in de onderneming van de opdrachtgever, de aandachtspunten die hierbij gelden worden echter niet besproken in dit artikel.

Met betrekking tot medewerkersparticipatie die afwijken van de bovengenoemde uitgangspunten informeren we u graag in een persoonlijk gesprek.

Motivatie: waarom kiezen voor werknemersparticipatie?

Enkele werkgevers kiezen voor werknemersparticipatie als een vorm van sociale innovatie. Zij willen graag dat hun werknemers meeprofiteren van de waardeontwikkeling van de onderneming.

In sommige gevallen is werknemersparticipatie de manier om de werknemer(s) formeel inspraak te geven in het reilen en zeilen van de onderneming. De werkgever kan ondernemersbeslissingen dan samen nemen met de werknemer, waarbij de commitment van de werknemer veelal hoger is dan bij traditionele top-down besluitvorming. Bij de toekenning van een werknemersparticipatie met zeggenschap kan hier invulling aan worden gegeven. In de meerderheid van de gevallen is formele inspraak echter niet gewenst. Daarom zal in dit artikel meer aandacht worden besteed aan de varianten van werknemersparticipatie zonder formele inspraak, zoals economisch eigendom van aandelen en certificaten van aandelen.

Een belangrijke reden voor werkgevers om werknemersparticipatie in te zetten is de wens van werkgevers om personeel dat belangrijk is voor de onderneming (zogenaamd key personnel) te binden aan de onderneming. Met name startende bedrijven (startups) en werkgevers in de technische en/of ICT-sector herkennen zich in de behoefte om talent te behouden. Dit personeel is eenvoudig te benaderen door headhunters en wellicht gevoelig voor financiële prikkels. Een hoog salaris voor key personnel daarentegen betekent hoge kosten voor de werkgever, wat met name voor startups problematisch is. Werknemersparticipatie biedt daarin vaak uitkomst.

Samengevat: waarom kiezen voor werknemersparticipatie?

Samengevat kan werknemersparticipatie zorgen voor een stimulans in de betrokkenheid en productiviteit (financial incentive) van de werknemer, terwijl werknemersparticipatie niet direct leidt tot hoge kosten (‘cash-out’) bij de onderneming/werkgever.

Veel gebruikte methoden van werknemersparticipatie

Aandelen

Allereerst bespreek ik in het kort aandelen en de verschillende afgeleide verschijningsvormen daarvan, te weten aandelen, aandelenopties, certificaten van aandelen, stemrechtloze aandelen en economisch eigendom van aandelen.

Het grootste verschil tussen aandelen en afgeleide vormen daarvan ziet op het stemrecht. Dit stemrecht is in beginsel verbonden aan de aandelen. De twee voornaamste kenmerken van aandelen zijn namelijk dat aandelen i) recht geven op de winst van de vennootschap in de vorm van dividend en eventuele winst bij verkoop van de aandelen en ii) naar rato recht geven op een stem in de algemene vergadering (“AV”), een belangrijk orgaan met veel zeggenschap binnen de BV.

Vaak is het niet wenselijk om werknemers een stem toe te kennen in de AV. Dit leidt namelijk ook tot formele verplichtingen ten opzichte van de werknemer, zoals de verplichting om de werknemer c.q. aandeelhouder uit te nodigen voor de AV. Zeker indien het toe te kennen aandelenpercentage 10% of meer bedraagt geeft dit een werknemer een grote hoeveelheid van inspraak/macht (waaronder toegang tot de enquêteprocedure).

De levering van aandelen verloopt altijd via een notaris. Dit betekent dat aan de toekenning van aandelen extra kosten zijn verbonden. Bij gewenste flexibiliteit – bijvoorbeeld het jaarlijks wijzigen van het gehouden aandelenbelang door werknemers (bijvoorbeeld bij onderlinge handel) – kunnen deze notariële kosten oplopen.

Aandelenopties

Aandelenopties geven recht op de verkrijging van aandelen in de vennootschap van de werkgever of een gelieerde vennootschap tegen een vooraf overeengekomen prijs, de uitoefenprijs. Deze mogelijkheid van werknemersparticipatie wordt in Nederland weinig gebruikt, in tegenstelling tot het buitenland. Dit heeft vooral te maken met de fiscale behandeling, zoals verderop in dit artikel zal worden besproken.

De voornaamste kenmerken van aandelenopties zijn dat de werknemer veelal zelf kan bepalen of hij de optie wel of niet wil uitoefenen. Voorts is het risico en de mate van investering door de werknemer beperkt (no gain, no pain).

Stemrechtloze aandelen

Sinds 2012 (door de invoering van de Wet vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht) ook wel bekend als de ‘flex bv’) is het mogelijk om stemrechtloze aandelen uit te geven. Stemrechtloze aandelen zijn aandelen waaraan geen stemrecht is verbonden in de AV. Daarbij dient het steeds te gaan om alle aandelen van een bepaalde soort of aanduiding, waarvan alle aandeelhouders ermee instemmen of waarvan voor de uitgifte in de statuten is bepaald dat daaraan geen stemrecht is verbonden. Dit betekent dus dat voorafgaand aan de uitgifte van stemrechtloze aandelen, dat deze mogelijkheid op grond van de statuten van de BV moet zijn voorzien. Is dit niet het geval, dan kan het stemrecht slechts worden ontnomen met instemming van alle houders van die soort aandelen en dienen daartoe de statuten door de notaris te worden gewijzigd. Deze aandelen kunnen wel meedelen in de winst van de BV samen met de normale aandelen waaraan wel stemrecht is verbonden.

De vereiste betrokkenheid van de notaris bij het aanpassen van de statuten van de BV en bij het uitgeven/verhandelen van stemrechtloze aandelen, zorgt ervoor dat het opzetten van medewerkersparticipatie door de verwerving van aandelen door werknemers (al dan niet zonder stemrecht), geen populaire variant van medewerkersparticipatie is.

Certificaten van aandelen

Een andere wijze van medewerkersparticipatie waarbij de formele zeggenschap niet direct bij de medewerker terechtkomt, is certificering van aandelen. Bij certificering van aandelen worden – kort gezegd – door een daartoe op te richten stichting administratiekantoor (‘STAK’) aandelen in de BV verkregen tegen uitgifte door deze STAK van certificaten van die aandelen. Deze certificaten van aandelen kunnen vervolgens worden verkocht aan de beoogde werknemers (op de noodzaak tot verkoop in tegenstelling tot bijvoorbeeld geven ga ik bij de behandeling van de fiscale aspecten nader in).

De participerende werknemers zijn als certificaathouders economisch gerechtigd tot de gecertificeerde aandelen. Met andere woorden, de werknemer heeft recht op de winstuitkering die samenhangt met het eigendom van de aandelen. De STAK is als aandeelhouder juridisch gerechtigd tot de aandelen en beheert de aandelen ten behoeve van de certificaathouders; zij heeft dan ook het stemrecht en oefent dit uit in de AV. De verhouding tussen de STAK en betrokken werknemers/certificaathouders wordt vastgelegd in de administratievoorwaarden.

Voordelen van certificering zijn:

  • de overige aandeelhouders behouden alle zeggenschap;
  • indien certificaten zonder vergaderrecht worden uitgegeven, hebben de certificaathouders geen vergaderrecht (en hoeven zij voor een algemene vergadering van aandeelhouders dus niet te worden opgeroepen);
  • het aantal aandeelhouders kan beperkt blijven, de besluitvorming vergemakkelijkt;
  • overdracht van certificaten kan onderhands (geen notariskosten voor overdracht certificaten nodig); en
  • per aandeel kun je meerdere certificaten uitgeven.

Nadelen van certificering zijn:

  • kosten voor oprichten van nieuwe structuur (o.a. oprichting STAK en uitgifte van certificaten);
  • oprichting van een STAK leidt tot een stapel contractdocumentatie. Denk bijvoorbeeld aan de administratievoorwaarden; en
  • bij certificering van aandelen dienen enkele formele vereisten in acht genomen te worden. De STAK moet bijvoorbeeld voor aandeelhoudersvergaderingen worden uitgenodigd (wat geen belemmering is indien het bestuur van de STAK en BV gelijk is).

Economisch eigendom van aandelen

Bij certificering van aandelen wordt een scheiding aangebracht tussen de juridische eigendom van en het economische belang bij die aandelen. Het is ook mogelijk die scheiding zonder certificering te realiseren, namelijk door uitsluitend het zogenaamde ‘economische eigendom van aandelen’ aan de werknemers over te dragen.

Economisch eigendom van aandelen is te kwalificeren als een samenstel van rechten en verplichtingen met betrekking tot de ‘echte’ aandelen dat het volledige economische belang bij deze ‘echte’ aandelen vertegenwoordigt. Dit belang omvat het risico van waardeverandering, zowel in negatieve als positieve zin, als het recht op de inkomsten uit de aandelen in welke vorm dan ook (bijv. dividend, stockdividend, enz.). Tot deze rechten en verplichtingen behoren niet de formele rechten (waaronder stemrechten, reflectierecht, enquêterecht, etc.) die de wet en de statuten van de BV aan de aandelen/aandeelhouder toekent. Deze rechten blijven achter bij verkoper als de juridisch eigenaar.

Ten opzichte van aandelen of certificaten van aandelen heeft economisch eigendom van aandelen een aantal voor-en nadelen. Een nadeel van economisch eigendom is dat het begrip ‘economisch eigendom van aandelen’, anders dan een aandeel of certificaat van een aandeel, niet in de wet voorkomt. Samengevat vallen aandelen en certificaten van aandelen onder het goederenrecht, economisch eigendom van aandelen is daarentegen een verbintenis, oftewel een afspraak. De hieruit voortvloeiende nadelen openbaren zich bijvoorbeeld bij overlijden of faillissement van de aandeelhouder. De verkrijger van economisch eigendom van aandelen heeft op basis van een afspraak ‘slechts’ een aanspraak op de juridisch eigenaar van aandelen, namelijk dat de eigenaar van het economisch eigendom van aandelen de winst ontvangt en/of (al naar gelang de afspraak) de waardeontwikkeling. Daarbij kan worden afgesproken dat de economisch gerechtigde rechtstreeks mag incasseren bij de winst uitkerende BV (dus dat de gelden niet via de juridisch eigenaar door de economisch eigenaar worden ontvangen).

Een voordeel van economisch eigendom van aandelen is dat, anders dan bij de overdracht van ‘gewone’ aandelen of de eerste certificering van aandelen, voor de overdracht van het economisch eigendom van aandelen geen notaris nodig is. Het economisch eigendom van aandelen kan worden overgedragen door een onderhandse akte. Met andere woorden, economisch eigendom van aandelen kan door een aandeelhouder (of meerdere aandeelhouders, al dan niet naar rato) worden overgedragen aan een koper door middel van een eenvoudige koopovereenkomst. Mede doordat de betrokkenheid van een notaris niet noodzakelijk is voor de overdracht van economisch eigendom van aandelen, wordt deze methode van werknemersparticipatie door ons regelmatig geadviseerd.

Net als bij de STAK en aandelen beschikken partijen over een grote mate van flexibiliteit met betrekking tot de aanvullende voorwaarden bij de verkoop van economische eigendom van aandelen. Bij de aanvullende voorwaarden valt te denken aan gedwongen of vrijwillige terugverkoop economisch eigendom van aandelen bij situaties als:

  • beëindiging arbeidsovereenkomst wegens arbeidsongeschiktheid, dringende reden (bijvoorbeeld ontslag op staande voet) of overlijden;
  • faillissement of schuldsanering van werknemer of aandeelhouder;
  • verkoop van alle aandelen aan een derde of een beursnotering;

Voorts kan bijvoorbeeld worden bepaald welke koopsom geldt als een van bovengenoemde situaties zich voordoet (bijvoorbeeld waarde economisch verkeer of de waarde op basis van een vooraf vastgestelde formule) en een recht of plicht tot terugkoop ontstaat.

Medewerkersparticipatie (economisch eigendom van aandelen) in de blockchain

Bruggink & Van der Velden is nauw betrokken bij een initiatief om medewerkersparticipatie vorm te geven door middel van economisch eigendom van aandelen en dit te registreren in de blockchain. De handel in werknemersparticipatie is daarbij transparant, eenvoudig en zeer kostenefficiënt. Zie voor meer informatie https://www.stemapp.io.

Fiscale kenmerken van de verwerving van aandelen door een werknemer

Hierna wordt de fiscale behandeling van de verwerving van aandelen voor de heffing op grond van de Wet op de loonbelasting 1964 en de Wet inkomstenbelasting 2001 besproken. De fiscale behandeling van de verkrijging van reguliere aandelen, certificaten van aandelen, economisch eigendom van aandelen of stemrechtloze aandelen is op hoofdlijnen gelijk, deze vormen van werknemersparticipatie worden hierna aangeduid als ‘aandelen’.

Let wel, de verwerving van aandelen door werknemers kan ook gevolgen hebben voor de heffing van andere belastingen. Denk bijvoorbeeld aan de verwerving van aandelen in een zogenaamd ‘onroerende zaaklichaam’ voor de heffing van overdrachtsbelasting. Dit wordt niet besproken in dit artikel. Hierover informeren we u desgevraagd graag in een persoonlijk gesprek.

Het voornaamste fiscale aandachtspunt bij werknemersparticipatie is de loonbelasting. Loonbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting. Daarom bespreken we eerst de gevolgen van de verwerving van aandelen door de werkgever voor de loonbelasting, om vervolgens de gevolgen voor de inkomstenbelasting te bespreken.

Loonbelasting

De werkgever die aandelen in zijn bedrijf verkoopt aan zijn personeel met een korting of zelfs zonder tegenprestatie, verstrekt – kort gezegd – loon in natura. De werknemer geniet dan namelijk een voordeel uit hoofde van zijn dienstbetrekking, gelijk aan het verschil tussen de waarde van het aandeel en de tegenprestatie. Over loon in natura zijn – net als over regulier loon – loonheffingen verschuldigd, tot een tarief van ten hoogste 51,95% (2018).

De werkgever (inhoudingsplichtige) zal de verschuldigde loonheffingen over het loon in natura, in dienen te houden op het loon in geld van die werknemer. Indien dat loon in geld onvoldoende is, zal de inhoudingsplichtige toch het volledige verschuldigde bedrag aan loonheffingen af dienen te dragen aan de fiscus. De inhoudingsplichtige kan wel de door de werknemer verschuldigde loonheffingen voorschieten en deze later verhalen op de werknemer.

De inhoudingsplichtige kan besluiten om de belasting die is verschuldigd over een loonbestanddeel in natura, niet te verhalen op de werknemer. Die niet-verhaalde loonbelasting is op haar beurt ook weer een loonvoordeel voor de werknemer en moet worden belast. De loonheffingen moeten dan ‘gebruteerd’ worden berekend.

Loon in natura

Loon in natura dient gewaardeerd te worden naar de waarde in het economisch verkeer. Let wel, als de werknemer (deels) meebetaalt aan het niet in geld genoten loon, mag die eigen bijdrage in mindering worden gebracht op de te belasten waarde. Anders gezegd, als de tegenprestatie voor de verkrijging van aandelen door de werknemer gelijk is aan de waarde van dit economisch eigendom in het economisch verkeer, geniet de werknemer geen voordeel en is over deze verkrijging geen loonheffing verschuldigd.

De waarde van aandelen die worden verkregen door de werknemer is van belang voor de vaststelling van het eventueel te belasten voordeel. Indien sprake is van de verkrijging van beursgenoteerde aandelen is de waardering ervan geen probleem. Veelal is echter geen sprake van de verkrijging van beursgenoteerde aandelen. In dat geval dient de waarde in het economisch verkeer ten tijde van de verkrijging vastgesteld te worden.

Om tot een goede waardering van niet-beursgenoteerde aandelen te komen, kan bijvoorbeeld een door derde partijen (recent) opgestelde waardering van de onderneming gebruikt worden, bijvoorbeeld de waardering die heeft plaatsgevonden in het kader van een investering door een derde. Deze waardering kan in overleg met de Belastingdienst worden vastgesteld.

Standpunt Belastingdienst waardering werknemersparticipatie

In geval van afwezigheid van een verifieerbare waardering op basis van een transactie uit het verleden, vraagt de Belastingdienst doorgaans om een door een derde deskundige opgestelde waardering op basis van de zogenaamde ‘discounted-cashflowmethode’ (DCF). Hiervoor kan een zogenaamde Register Valuator worden ingeschakeld. Bij de DCF-methode bepaal je eerst de waarde van de onderneming door te kijken naar het geld dat je in de toekomst met de onderneming kunt verdienen, de zogenaamde vrije cashflow. Daarvoor worden alle toekomstige geldstromen in kaart gebracht. De inkomende kasstromen worden verrekend met de uitgaande geldstromen. Dat heet de vrije cashflow. Deze wordt vervolgens contant gemaakt met behulp van de Weighted Average Cost of Capital (WACC). Daaruit volgt dan de waarde van de onderneming. Met behulp van de waarde van de onderneming kan vervolgens de waarde van de aandelen worden bepaald. Voor start-ups/scale-ups zonder noemenswaardige omzet/cashflow is de DCF echter de geëigende weg.

De aldus overeengekomen waardering van de aandelen kan vervolgens bijvoorbeeld in een vaststellingsovereenkomst met de Belastingdienst worden vastgelegd. Het is daarbij uiteraard wel van belang dat aan de Belastingdienst alle noodzakelijke informatie spontaan wordt verstrekt, zodat deze ook op een juiste wijze de waarde van die aandelen kan vaststellen.

Tegenprestatie voor de verkrijging van aandelen

Zoals gezegd mag de eigen bijdrage van de werknemer in mindering worden gebracht op de te belasten waarde van het niet in geld genoten loon. Indien de werknemer voor de verwerving van aandelen, de waarde in het economisch verkeer betaalt, is geen sprake (meer) van de verkrijging van loon (in natura).

Indien de werknemer de waarde in het economisch verkeer van de aandelen niet kan of wil voldoen, kan de werknemer de koopprijs van de aandelen schuldig blijven. De werkgever verstrekt dan eigenlijk een lening aan de werknemer. De voorwaarden van deze lening dienen wel zakelijk te zijn. Denk hierbij aan overeengekomen zekerheden, een aflossingsschema en daadwerkelijk verschuldigde rente. Kort gezegd zal bij personeelsleningen het bedrag dat de verschuldigde rente minder bedraagt dan de rente in het economische verkeer tevens als loonvoordeel worden aangemerkt.

De Belastingdienst neemt tegenwoordig met enige regelmaat de stelling in dat – kort gezegd – financiering van de werknemersparticipatie onzakelijk is en alleen zelfstandige financiering door de werknemer niet tot heffing leidt. Dit standpunt onderschrijven wij niet.

Met het afstemmen van de fiscale behandeling van de werknemersparticipatie en het vastleggen van de afspraken met de Belastingdienst hebben wij ruime ervaring.

Fiscale behandeling opties op aandelen

Zoals al even kort aangestipt is de toekenning van opties op aandelen in de afgelopen jaren steeds minder populair geworden. Waar opties op aandelen 15 jaar geleden vaak werden ingezet om belangrijk personeel te belonen en te binden, kiezen de meeste werkgevers nu veelal voor andere mogelijkheden zoals certificaten van aandelen of economisch eigendom van aandelen.

Dit heeft vooral te maken met de fiscale behandeling van opties. Sinds 2005 is namelijk in de wet opgenomen dat ingeval van toekenning van aandelenoptierechten sprake is van een belastbaar loonbestanddeel. Het voordeel wordt uit dienstbetrekking genoten en wel als loon in natura. Niet de waarde van het toegekende aandelenoptierecht behoort tot het loon, maar wat door de belastingplichtige door de uitoefening of vervreemding van dat recht wordt genoten kwalificeert als belastbaar loon. Wat aan de werknemer in rekening is gebracht voor de verwerving van de aandelenoptie mag in mindering worden gebracht op het te belasten voordeel.

Dit betekent dat voor zowel beursgenoteerde als niet-beursgenoteerde opties belasting wordt geheven over het daadwerkelijke gerealiseerde voordeel van de aandelenoptie. Of bij de toekenning van de opties sprake is van een voorwaardelijke of onvoorwaardelijke optie is niet meer relevant. Belasting wordt geheven op het moment van uitoefening of vervreemding.

In de wet is opgenomen dat onder aandelenoptierecht een recht wordt verstaan om een of meer aandelen of daarmee gelijk te stellen rechten te verwerven in de inhoudingsplichtige vennootschap of in een met de inhoudingsplichtige verbonden vennootschap, of een daarmee gelijk te stellen recht.

Fiscale faciliteit werknemersparticipatie startups 2018

De wetgever heeft erkend dat werknemersparticipatie voor startups fiscaal belemmerd wordt en is in 2018 met een tegemoetkoming gekomen door de introductie van een faciliteit voor innovatieve startups. Om voor de faciliteit in aanmerking te komen is het – kort gezegd – noodzakelijk dat de startup een startend speur- en ontwikkelingswerk (“S&O”) bedrijf is met een S&O verklaring (een belangrijke beperking). Na het moment van toekennen van de opties zullen minimaal twaalf maanden verstreken moeten zijn en maximaal vijf kalenderjaren voor de uitoefening van de aandelenoptie. Is aan deze voorwaarden voldaan dan zal de optiewinst voor 25% zijn vrijgesteld, met een maximumwinst van €50.000. Daardoor zal het voordeel maximaal € 12.500 kunnen bedragen. De praktijk wijst tot nu toe uit dat deze faciliteit er niet voor heeft kunnen zorgen dat werknemersparticipatie in de vorm van een aandelenoptie aan populariteit heeft gewonnen.

Inkomstenbelasting

De Wet inkomstenbelasting 2001 drie zogenoemde boxen die hieronder kort worden besproken.

Box 1

Belasting en premies volksverzekeringen over het belastbare inkomen uit werk en woning (zoals onder meer loon uit dienstbetrekking en winst uit onderneming). Het tarief voor box 1 kent vier schijven, oplopend van 36,55% tot 51,95% (2018).

Box 2

Belasting over inkomen uit aanmerkelijk belang. Van een aanmerkelijk belang is sprake bij bezit (al dan niet samen met een fiscaal partner) van minimaal 5% van de aandelen, opties of winstbewijzen van een vennootschap. Het tarief voor box 2 is 25% (2018).

Box 3

Belasting over het inkomen uit vermogen, zoals bijvoorbeeld spaartegoeden, beleggingen of een vakantiewoning. De heffing in box 3, ook wel vermogensrendementsheffing genoemd, wordt berekend over de totale waarde van de bezittingen minus de totale waarde van de schulden. De effectieve belastingheffing in box 3 in beginsel ten hoogte 1,61%, zoals hieronder schematisch weergegeven (2018).

Forfaitair rendement 30% Belasting
Schijf Vermogen uit sparen en beleggen 0,36% 5,38% Effectief
Eerste € 30.000 Vrijstelling Vrijstelling 0,00%
1 Boven vrijstelling, vanaf € 1 tot en met € 70.800 67% 33% 0,60%
2 Van € 70.801 tot en met € 978.000 21% 79% 1,30%
3 Vanaf € 978.001 0% 100% 1,61%

 

 

 

 

Aandelen verlaten de loonsfeer wanneer over de waarde is afgerekend met fiscus (dat wil zeggen dat de loonbelasting betaald is) of indien de tegenprestatie gelijk is aan de waarde van de aandelen. Zoals gezegd is loonbelasting een voorheffing op box 1 van de inkomstenbelasting. Zodra de aandelen de loonsfeer hebben verlaten zijn (de inkomsten uit) de aandelen niet langer belast in box 1. Een uitzondering hierop vormt een zogenaamd lucratief belang, waar verderop in dit artikel op in wordt gegaan.

Afhankelijk van de omvang van het aandelenbelang zal belastingheffing hierover – na het verlaten van de loonsfeer door het aandelenbelang – veelal in box 2 of box 3 plaatsvinden.

De omvang van het te verwerven aandelenbelang door een werknemer is vaak minder dan 5% van het totale aandelenbelang in de vennootschap van de werkgever. In dat geval is belastingheffing in box 2 niet aan de orde. Dat betekent dat aandelen bij de werknemers in box 3 forfaitair belast zijn tegen een effectief inkomstenbelastingtarief van ten hoogste 1,61% (2018). In beginsel zijn de daadwerkelijke koerswinsten dan onbelast en koersverliezen niet aftrekbaar (ook niet als negatief loon). Op deze manier profiteert de werknemer fiscaal efficiënt van eventuele uitgekeerde dividenden en een eventuele waardestijging van aandelen die gerealiseerd wordt bij verkoop.

Indien het door de werknemer te verwerven aandelenbelang meer dan 5% bedraagt, geven we u in overweging om meer aandacht te besteden aan de structurering van de verkrijging van dit belang. Daarover adviseren we u graag nader in een persoonlijk gesprek.

Lucratief belang

Sinds 1 januari 2009 kent de Wet op de inkomstenbelasting de zogenaamde lucratief belangregeling. Deze regeling is ingevoerd omdat volgens de wetgever bepaalde financiële belangen te laag belast zouden worden. Dit betrof veelal voordelen die als beloning voor persoonlijke werkzaamheden bedoeld waren en eigenlijk in box 1 tegen het progressieve tarief belast (of tenminste in box 2 tegen 25% belast) zouden moeten worden, maar kwalificeerden voor belastingheffing tegen het lage belastingtarief in box 3.

Als lucratief belang kwalificeren lucratief belangaandelen, lucratief belangvorderingen en lucratief belangrechten. Bij lucratief belangaandelen gaat het veelal om bijzondere aandelen, waarbij hefboommechanismen zijn ingebouwd. Met hefboommechanisme wordt bedoeld dat een financieringsstructuur wordt gekozen, waardoor aandelen (of andere vermogensbestanddelen) gelet op de omvang van het geïnvesteerde kapitaal en het risicoprofiel in aanmerking genomen, meer dan evenredig kunnen delen in het rendement op een totale investering. Door het hefboommechanisme kunnen zeer hoge rendementen en/of waardestijgingen worden genoten bij het behalen van de management- en/of aandeelhoudersdoeleinden.

Voordelen behaald met een zogenaamd lucratief belang worden aangemerkt als het resultaat van een werkzaamheid, met als gevolg dat deze voordelen in box 1 tegen het progressief tarief worden belast, oplopend van 36,55% tot 51,95% (2018).

Het voert te ver om in dit artikel in detail in te gaan op de lucratief belangregeling, maar bij het opzetten van werknemersparticipatie dient aandacht aan te worden besteed aan een mogelijke kwalificatie van de werknemersparticipatie als lucratief belang.

Afsluiting

In dit artikel beschrijf ik de belangrijkste kenmerken en voornaamste aandachtspunten bij (het inrichten van) medewerkersparticipatie. Nieuwsgierig geworden naar de mogelijkheden van medewerkersparticipatie voor uw onderneming? Neem dan gerust contact op!

Twan Weusten - belastingadviseur en advocaat
Twan Weusten
Volg Twan Weusten: