Arbeidsrecht

De maand april 2018 blijkt nu al onmiskenbaar belangrijk voor de flexbranche. Eerst werd op 6 april 2018 het initiatiefwetsvoorstel van de linkse partijen om payroll duurder te maken bekend gemaakt. En slechts enkele dagen later is het wetsvoorstel van Minister Koolmees Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) ten tonele verschenen. Ook dat wetsvoorstel legt payroll aanzienlijk aan banden. Dat roept de belangrijke vraag op:  Is payrolling straks nog mogelijk?

Johan Zwemmer (Mr. Payroll) bij BNR: “Payroll is er omdat werkgever zijn zo ingewikkeld en duur is. … En het probleem is nog steeds niet opgelost.”

Payrolling = uitzenden

Over payrolling is lange tijd discussie geweest. Het werkgeverschap brengt veel verplichtingen én risico’s met zich mee. Werknemers genieten ontslagbescherming en bij ziekte moet twee jaar lang het loon doorbetaald worden. Bovendien heeft de werkgever een scala aan administratieve verplichtingen, zoals de loonadministratie.

Daarvoor werd een oplossing gevonden in payrolling. Payrolling komt in diverse vormen en gedaanten, maar in de kern komt het erop neer dat het werkgeverschap wordt overgenomen van de materiële werkgever. De payroller wordt de (formele) werkgever en draagt de risico’s en administratieve lasten die daarmee gepaard gaan. Maar na verloop van tijd deden de vakbonden niet meer mee met payrolling. Het kwam in het verdomhoekje, ook al had de ABU de payrollers omarmd.

Maurice Rojer (ABU): “Het liefst hadden wij geen wet gehad.”

Een belangrijke vraag was jarenlang of een payrollwerknemer mag worden gezien als een uitzendkracht. Uitzendkrachten hebben minder ontslagbescherming. Zij kunnen namelijk maximaal 5,5 jaar flexibel ingezet. Eind 2016 maakte de Hoge Raad een eind aan de onduidelijkheid door het Care4Care-arrest: voor een uitzendkracht is het niet nodig dat de payrollwerkgever vraag en aanbod op de arbeidsmarkt bij elkaar brengt. Allocatie is dus niet nodig; detacheerders en payrollers zijn ook uitzendbureaus. Ook de payrollwerkgever mag dus gebruik maken van uitzendovereenkomsten. Weliswaar hebben uitzendkrachten op grond van de Waadi en de CAO voor Uitzendkrachten recht op de inlenersbeloning, op secundaire arbeidsvoorwaarden doen zij het een stuk minder goed. Loon tijdens ziekte, pensioen en meer is vaak minder goed dan voor de eigen werknemers van de inlener.

Payrolling als ontzorging

In het Regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ werd al een voorproefje gegeven van de plannen die het kabinet Rutte III heeft voor de arbeidsmarkt. Ook payrolling is daarbij met name genoemd:

“Payrolling als zodanig blijft mogelijk, maar wordt zo vormgegeven dat het een instrument is voor het ‘ontzorgen’ van werkgevers en niet voor concurrentie op arbeidsvoorwaarden.”

Concurrentie op arbeidsvoorwaarden moet dus verdwijnen. Uit het wetsvoorstel blijkt dat daarmee bedoeld werd dat een klassieke payroller niet meer gebruik kan maken van de uitzendovereenkomst en de voordelen die dat biedt. Het wetsvoorstel definieert de payrollovereenkomst als volgt:

De payrollovereenkomst is de uitzendovereenkomst, waarbij de overeenkomst van opdracht tussen de werkgever en de derde niet tot stand is gekomen in het kader van het samenbrengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en waarbij de werkgever alleen met toestemming van de derde bevoegd is de werknemer aan een ander ter beschikking te stellen.

Is er sprake van een payrollovereenkomst, dan is artikel 7:691 BW vanaf 2020 niet meer van toepassing. De faseregeling uit de CAO voor Uitzendkrachten is niet meer van toepassing straks en de payrollwerknemer heeft recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers van de inlener in gelijke of gelijkwaardige functies. Daarnaast moet worden aangesloten bij een scholingsfonds in de branche van de inlener en moet een adequate pensioenvoorziening worden getroffen.

Komt het wetsvoorstel er doorheen?

Dat is natuurlijk de grote vraag in de politiek. Beide wetsvoorstellen lijken sterk op elkaar. De linkse partijen hebben stevige kritiek gehad van de Raad van State, maar die lijkt al voor een groot deel te zijn verwerkt in de WAB. Eerst vindt er een internetconsultatie plaats. Iedereen mag de komende 4 weken reageren, daarna gaat de WAB naar de Raad van State en moet het door de Kamers. Dat gaat zeker tot 2020 duren voordat we dit merken.

Is payrolling straks nog mogelijk?

Ja, payrolling is straks gewoon nog mogelijk. Het wordt wel aanzienlijk duurder door allerlei maatregelen. De payrollwerkgever kan geen gebruik meer maken van de flexibiliteit van de CAO voor Uitzendkrachten en moet ook op de secundaire arbeidsvoorwaardelijk gelijke kosten dragen. Payrolling moet straks dus vooral zien op ontzorgen en het dragen van risico’s. Wat betekent dat voor de toekomst van payrolling? Of is er een escape te bedenken via de definitie van de payrollovereenkomst, bijvoorbeeld door specifieke afspraken te maken met de inlener?

Vragen over payrolling of het wetsvoorstel? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Daniël Maats - arbeidsrechtadvocaat
Daniël Maats

Wat is jouw droomscenario?

Volg Daniël Maats: