Vennootschapsbelasting

Nederland kent vele rechtsvormen, waaronder de besloten vennootschap (BV), de stichting en de vereniging. De belastingplicht voor de vennootschapsbelasting (hierna: VPB) is niet voor elke rechtsvorm gelijk. Stichtingen en verenigingen (hierna: instellingen) zijn slechts belastingplichtig ‘indien en voor zover zij een onderneming drijven’ of indien sprake is van concurrentie met een ander belastingplichtig lichaam of natuurlijk persoon. Maar wat betekent dit eigenlijk voor uw instelling?

Onderneming drijven

Of een instelling een onderneming drijft, wordt bepaald aan de hand van de volgende criteria:

  • de instelling moet aangemerkt kunnen worden als een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid;
  • die deelneemt aan het economisch verkeer; en
  • die het oogmerk heeft om winst te behalen.

Wanneer een instelling aan de hiervoor genoemde voorwaarden voldoet, kan vastgesteld worden dat de instelling een onderneming drijft. De hiervoor beschreven ‘ondernemingstoets’ wordt beoordeeld aan de hand van de feitelijke werkzaamheden van de instelling. De instelling dient hierbij een splitsing te maken tussen de verschillende activiteiten. Per activiteit wordt beoordeeld of sprake is van een ondernemingsactiviteit (en dus of dit een belaste activiteit voor de VPB is). Daarom is het voor de instelling van belang om in de administratie een duidelijke splitsing tussen de verschillende activiteiten te maken.

Oogmerk winst te behalen

Als een activiteit van de instelling structureel winstgevend is, wordt al snel aangenomen dat sprake is van een oogmerk om winst te behalen. Hier staat tegenover dat wanneer de instelling met haar activiteit over meerdere jaren geen winst behaalt niet snel sprake is van een ondernemingsactiviteit.

Concurreren

Als een instelling met haar activiteit concurreert met de activiteit van een ander natuurlijk persoon of belastingplichtig lichaam, is ook sprake van een VPB-plicht. Een instelling concurreert als de activiteit in relevante mate ten koste gaat van de omzet van andere ondernemers. Wanneer aan dit ‘concurrentiecriterum’ wordt voldaan, hoeft niet aan de hiervoor beschreven eisen van het drijven van een onderneming voldaan te worden. Voor deze concurrerende activiteit geldt derhalve een VPB-plicht.

Algemene vrijstelling vennootschapsbelasting

De overheid wil graag stimuleren dat instellingen eigen inkomen genereren met eigen activiteiten. Om te voorkomen dat instellingen onnodig administratieve lasten hebben wanneer zij een lage winst realiseren, is een algemene vrijstelling in de wet opgenomen. Instellingen zijn vrijgesteld van de VPB indien:

  • de fiscale winst in een jaar niet hoger is dan € 15.000; of
  • de fiscale winst in een jaar hoger is dan € 15.000, maar samen met de fiscale winsten in de daaraan voorafgaande 4 jaren niet hoger is dan € 75.000.

Naast de hiervoor genoemde vrijstelling, kent de wet eveneens enkele subjectieve vrijstellingen voor bepaalde werkzaamheden voor een instelling voor de VPB.

Verliezen

In sommige gevallen is het voor een instelling voordelig om als belastingplichtig voor de VPB gekwalificeerd te worden. Bijvoorbeeld, als een instelling verlieslatend is en deze in de toekomst verwacht winsten te realiseren. Door een aangifte VPB in te dienen is het mogelijk om, door middel van een beschikking, deze verliezen vast te leggen. Hierdoor kunnen verliezen uit het verleden verrekend worden met winsten in de toekomst.

Onze diensten

BvdV heeft veel ervaring met de belastingplicht van stichtingen en verenigingen. Vermoedt u dat uw vereniging en/of stichting misschien belastingplichtig is? Dan is het aan te raden om hierover in een vroeg stadium advies in te winnen. Kunnen wij u hiermee helpen? Neem dan vrijblijvend via +31(0)30-2322373 contact op met Mischa Lokhoff, of stuur een e-mail naar lokhoff@bvdv.nl.

Mischa Lokhoff
Volg Mischa Lokhoff: