Wet arbeidsmarkt in balans - ww-premie Arbeidsrecht

De Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) zorgt met ingang van 1 januari 2020 voor belangrijke veranderingen in het arbeidsrecht, die alle werkgevers raken. In de aanloop naar 2020 kunnen werkgevers zich al voorbereiden op de wijzigingen die eraan komen. In verschillende artikelen breng ik werkgevers op de hoogte van de veranderingen en geef ik praktische tips. Dit artikel gaat over de nieuwe regeling voor de hoge en de lage WW-premie. Andere artikelen gaan over oproepcontracten, de ketenregeling, de veranderde transitievergoeding en payrolling volgen de komende weken.

Afschaffing vaksectoren

De WW is één van de werknemersverzekeringen. Elke werkgever betaalt een percentage over de loonsom als WW-premie. Op dit moment is de hoogte van de WW-premie afhankelijk van de vaksector waarin het bedrijf is ingedeeld. Per vaksector wordt een premie betaald, die de eerste 6 maanden WW zou moeten dekken van werknemers die in die branche werkloos raken. Dat is achterhaald, volgens de regering.  Bovendien wordt de WW-premie ingezet om flexwerk duurder te maken ten opzichte van werk op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Hoge en lage WW-premie

Met ingang van 1 januari 2020 wordt een nieuw systeem ingevoerd. De vaksectoren verdwijnen voor de WW. Daarvoor in de plaats wordt een landelijke premie vastgesteld, de zogenaamde lage WW-premie. De hoge WW-premie is 5% hoger dan de lage WW-premie. Voor 2020 zijn de premies inmiddels vastgesteld:

  • Laag: 2,94%
  • Hoog: 7,94%

Voorwaarden lage WW-premie

Op 9 september 2019 is het Kennisdocument Premiedifferentiatie WW gepubliceerd door de regering. Daarin is in detail uitgewerkt wanneer de lage of de hoge WW-premie mag worden toegepast. In de kern is het onderscheid gemakkelijk: bij werknemers die voor onbepaalde tijd in dienst zijn, waarbij geen sprake is van een oproepcontract en waarbij een schriftelijke arbeidsovereenkomst beschikbaar is, mag de lage WW-premie worden toegepast. De premie moet per loonaangiftetijdvak en per werknemer worden bepaald. Wanneer sprake is van een oproepovereenkomst, lees je in dit artikel. Daaronder vallen in ieder geval ook min-maxcontracten.

In het Kennisdocument Premiedifferentiatie WW is opgenomen dat de lage WW-premie niet mag worden toegepast als er uitsluitend een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op papier is, die van rechtswege is omgezet naar onbepaalde tijd. Tip is dus om bij alle werknemers te checken of er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is in het personeelsdossier.

Uitzonderingen

In drie gevallen mag altijd de lage WW-premie worden toegepast:

  • De werknemer is jonger dan 21 jaar en werkt maximaal 48 uur per aangiftetijdvak van 4 weken of 52 uur per aangiftetijdvak van een kalendermaand;
  • De werknemer volgt een BBL-opleiding en sluit met een praktijkovereenkomst. Die overeenkomst moet met een dagtekening in de administratie worden opgenomen;
  • De werkgever betaalt een uitkering op grond van de werknemersverzekeringen (WW, ZW, WIA, WAO, WAZO) als werkgeversbetaling of als eigenrisicodrager.

Herziening lage WW-premie

In twee gevallen moet de lage WW-premie achteraf worden herzien als:

  • De arbeidsovereenkomst uiterlijk 2 maanden na de aanvang eindigt, ongeacht de reden;
  • In één kalenderjaar meer dan 30% meer uren worden verloond dan tussen partijen contractueel is overeengekomen. Per loonaangiftetijdvak moet worden doorgegeven wat het aantal contracturen is en hoeveel uren zijn verloond. Herziening is niet aan de orde als de werknemer in dienst is voor 35 of meer uren per week. Consignatie, aanwezigheids- en slaapdiensten tellen niet mee.

De overheid heeft recent ook een Factsheet gepubliceerd. Daarin lees je hoe je de regels concreet moet toepassen in de loonaangifte.

Wil je meer weten over de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab), neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Daniël Maats - arbeidsrechtadvocaat
Daniël Maats

Wat is jouw droomscenario?

Volg Daniël Maats: